reportage in Infosteel: Stadshal Gent

gepubliceerd in: Infosteel
auteur: Sofie De Vriese

Gentse stadshal is stalen luifel

De bouw van de Gentse stadshal kadert in het masterplan dat verschillende Gentse pleinen en aanpalende straten een nieuw élan moet geven. De Korenmarkt werd al eerder aangepakt. De wirwar van tramlijnen, bushaltes, trottoirs en straatmeubilair werd vervangen door een groot, open mineraal plein. Het Emile-Braunplein voorziet dezelfde bestrating, maar hier is veel meer groen en uiteraard de nieuwe Gentse stadshal, een ontwerp van Robbrecht & Daem i.s.m. Marie-Josée van Hee.

Drie pleinen

De bouw van de Gentse Stadshal loopt naar zijn einde. De Gentenaars hebben hoe dan ook al enige tijd zicht op de omvang van het gebouw. De opvallende vormgeving en de impact van het gebouw op het historische stadscentrum hebben voor enige wrevel gezorgd bij de bevolking en bij sceptici. Maar het stadsbestuur en de architecten zijn overtuigd van hun zaak. Ze onderbouwen de bestaansreden van het ontwerp met tal van stedenbouwkundige, ruimtelijke en architectuur-historische argumenten. Het bouwwerk is een historisch ingebed project, dat wil zeggen dat de plek waar de stadshal generaties geleden al een bebouwd stadsdeel was. Meer nog: de bebouwing stond op het knooppunt van en gaf structuur aan drie pleinen: het huidige Emile Braunplein, het Goudenleeuwplein en de Poeljemarkt. Toen de historische panden gesloopt werden en niet vervangen, versmolten de drie pleinen tot één open ruimte, die hoofdzakelijk ingericht was als bovengrondse parking. Door er nu op die plek de stadshal te bouwen, wordt de pleinfunctie niet kapotmaakt, maar integendeel versterkt, aldus de voorstanders van het project.

Zicht op Belfort

Ook de kritiek dat historische gebouwen als het Belfort en het stadhuis in de schaduw van de stadshal van staal, hout en staal komen te staan, wordt weerlegd. Door de inplanting, eerder aan de rand van het plein tegen de huizen van de Poeljemarkt wordt het zicht op het Belfort juist gevrijwaard, aldus het stadsbestuur. Een monument letterlijk vrijmaken door de omliggende ruimte leeg te laten of te maken, is niet altijd de meest aangewezen oplossing. De UNESCO die eerder bezwaar leek te hebben door de opvulling van het Emile Braunplein, heeft zich uiteindelijk niet tegen het ontwerp van Robbrecht & Daem en Marie-Josée Van Hee gekant. De vormgeving, de afmetingen en het gabarit vinden hun ontstaan juist in de al bestaande omgeving.

Lichte luifel

De stadshal laat zich door zijn transparante karakter misschien eerder omschrijven als een overdekt plein. De constructie moet eerder gezien worden als een lichte luifel dan als een nieuw monumentaal gebouw. Dat maakt dat de drie pleinen nog steeds visueel met elkaar verbonden blijven. Ook al is de perceptie dat de nieuwe stadshal de historische gebouwen letterlijk overweldigt en overschaduwt, toch overschrijdt het gebouw het volume van de omliggende panden niet. Het dak, bestaande uit twee spitsdaken, refereert vrij letterlijk naar de twee puntgevels van het stadhuis, zowel wat betreft de vorm als de afmetingen.

Onzichtbaar staal

Tijdens de bouw verrees in eerste instantie een monumentaal stalen geraamte. Dat blijft zichtbaar van aan de binnenkant, aan de buitenzijde wordt het staal grotendeels aan het oog onttrokken door een afwerking van het dak en het bovenste deel van de gevels met planken van afrormosia. In die planken zitten zo’n 1600 glazen leien, waardoor daglicht in de stadshal binnenvalt. De houten beplanking wordt op zijn beurt bekleed met glazen dakpannen, ter bescherming van het hout.

Green

Een ander architectuur-historische ingreep is het herstellen van het vroegere middeleeuwse maaiveld, dat zich een stuk onder de omliggende straten en pleinen bevindt. De stadshal verzinkt letterlijk in het Emile Braunplein. Het niveau verspringt zeer geleidelijk van het nieuw aangelegde verharde plein naar de lager gelegen groenzone, die afgebakend wordt met een stenen muur. De green – zo genoemd omwille van 300 m2 groen – is bereikbaar via trappen en hellingen.

Grand Café

De stadshal zelf wordt een polyvalente plek, eronder – dus halfondergronds – zijn fietsstallingen, publiek sanitair, artiestenruimtes en bovenal het grand café, dat via de green bereikbaar is. Bestaande kunstelementen zoals de Minne-beelden en de Mathildisklok krijgen een nieuwe plaats op het Emiel Braunplein.

Constructie

Voor de constructie van de Stadshal was zo’n 300 000 kg staal nodig, goed voor een gebouw van 40 bij 15,75 meter en 15,75 meter hoog, steunend op vier betonnen sokkels. Er werd profielstaal S235 gebruikt, in combinatie met kokerprofielen S355 en trekstaven S460. Alle staal werd behandeld met een primer met uitstekende corrosiewerende eigenschappen, een brandvertragende zwelverf (RF30) en een eindlaag ter bescherming van de brandvertragende verf. Het is een klassieke constructie van staal op betonnen sokkels, die samengesteld is uit (1) vakwerkliggers in de langse gevels en daken – opgebouwd uit profielstaal met regelbare trekkers -; (2) horizontale vierendeelliggers, samengesteld uit kokerprofielen gelast in grote lengtes; (3) vakwerken samengesteld uit profielstaal voor de kopgevels en (4) secundaire structuren voor de bevestiging van de bekledingen.

Aan de binnenzijde blijven ter hooge van de wanden twee van de drie (horizontale) vierendeelliggers zichtbaar (ter hoogte van de knik wand-dak en op halve hoogte wand). Ze fungeren secundair ook als draagstructuur voor de vaste verlichting en kabelgoten en worden aan de onderzijde voorzien van een buisprofiel voor de ophanging van spots bij evenementen (lichtbrug).

Op twee van de vier sokkels wordt – diagonaal tegenover elkaar – een driehoekige vakwerkstructuur ingeklemd. Die staat los van de staalstructuur van het dak. De vakwerken worden voorzien van een stalen bekleding en fungeren als schouwen voor afvoer van technische installaties: rookgassen van de open haard in één van beide sokkels, de rookgassen van de stookketel van het Grand Café, het sanitair en de kleedkamer, de afvoeren van de dampkap in de keuken van het Grand Café en ventilatie.

ontwerp: TV Robbrecht – Daem – Van Hee – Wirtz – Bas – Boydens France (d.i.: Robbrecht en Daem architecten + Marie-José Van Hee architecten + BAS (ingenieur stabiliteit) + Studiebureau Boydens (technieken) + Wirtz International (landschapsarchitectuur) + Marianne France (infrastructuur))