reportage in Decors: De hangende tuinen van Patrick Blanc

gepubliceerd in: Decors
auteur: Sofie De Vriese

De “mur végétal” : geen stadsmuur te hoog!

Hij is een rasechte stedeling, maar gek op (tropische) planten. Hoewel Patrick Blanc (Frankrijk, °1953) al bijna meer tijd doorbrengt in jungles, moerassen en bovenop rotsen – hij is in de loop der jaren een referentie is geworden in kennis van tropische planten -, is hij gepokt en gemazeld in de stad. Die dualiteit heeft ‘m wellicht gebracht tot de uitvinding van de verticale tuin. Op zijn manier verzoent hij de bebouwde stad met de natuur, en dat zonder een meter plaats in te nemen. Ondertussen is hij wereldbekend omwille van zijn realisaties van New York tot New Delhi en om de samenwerking met de bekendste architecten. Beroemd is het musée du quai Branly in Parijs dat van een verticale muur is voorzien en recent nog werd het nieuwe Caixa Forum in Madrid geopend, ook met een mur végétal. Ook in ons land heeft hij enkele realisaties, met onder meer de binnentuin van het Brussels Parlement en een kantoorgebouw aan de Beliardstraat in
Brussel. Hij werd vereerd met verschillende prijzen en eretekens, waaronder dat van de Chevalier de l’Ordre des Arts et des Lettres” en de medaille van de Académie d’Architecture.

Principe en visie

De “jardin vertical” is een volwaardig architecturaal element in de vorm van een begroeide gevel. Het idee biedt een blijvend alternatief voor een klassieke tuin. (Stads)mensen hoeven geen openbaar parkje op te zoeken, als er her en der gebouwen bekleed zijn met vegetatie; net zoals een tuin of park een rustgevend en ontspannend element is het hechtische stadsleven, is de verticale tuin dat ook. De muur – een volledig ecosysteem op zich en een nieuwe drager van biodiversiteit (in de stad) – komt als het ware op je af én hij neemt vrijwel géén plaats in… De open horizontale ruimte blijft beschikbaar voor stedelijke / menselijke activiteiten…

Meer nog dan de psychologische impact op mensen, is de verticale tuin letterlijk een helend organisme: dank zij de fotosynthese wordt de vervuilde lucht gezuiverd, waardoor er meer zuurstof vrij komt en de mensen dus gezonder maakt. Maar er is meer: bij een verticale tuin zweven de wortels in het ijle en komen dus in rechtstreeks contact met de vervuilde lucht. Ook de wortels spelen een actieve rol in het filteren van de lucht, omdat ze vuile luchtdeeltjes absorberen. Daarbij komt dat vervuilde partikels die zich vastzetten op het irrigatiedoek opgelost worden door micro-organismes, omgezet worden in voedingsstoffen en evengoed door de wortels geabsorbeerd worden. In verhouding is er geen enkele groene oppervlakte die zo intensief filtert – via de bladeren, de stengels, de wortels en het vilten doek – als een verticale tuin. De grote diversiteit aan plantensoorten garandeert een maximale omzetting van moleculen van de meest verschillende oorsprong.

Ook de gebouwen varen er wel bij. Terwijl klimplanten zich met hun wortels meedogenloos vasthechten aan gevels, en die op termijn schade toebrengen, raken de planten van de verticale muur de bestaande gevel niet aan. Meer nog, de luchtspouw tussen de gevel en de metalen grid waarop de verticale tuin gehecht wordt, zorgt voor extra thermische en akoestische isolatie voor het gebouw. Dit wil zeggen: de zomerhitte en de winterkoude worden meer buiten gehouden. Door dit systeem wordt de gevel tegelijk ook beschermd tegen de invloeden van weersomstandigheden en vervuiling. Door de afwezigheid van aarde, wordt het gewicht van een verticale muur beperkt tot maximaal 30 kg/m2 en daardoor zijn er geen beperkingen wat betreft oppervlakte of hoogte van de muur. Met andere woorden: een verticale tuin kan geïnstalleerd worden op élke denkbare muur.

Patrick Blanc heeft het concept van de verticale tuin laten patenteren. Hij garandeert een levensduur van minstens dertig jaar met een minimum aan onderhoud. Twee keer per jaar snoeien, meer is er niet aan. Bij sommige installatie gebruikte hij 15000 verschillende plantjes van bijna 200 plantensoorten. Zijn kennis van die bruikbare planten is het resultaat van jarenlange onderzoeksreizen naar alle uithoeken van de wereld. Zo ontdekte hij dat van de 8000 bekende plantensoorten in Maleisië er zo’n 2 500 kunnen groeien op verticale oppervlakken zonder aarde.

De selectie van de planten varieert per locatie waar een verticale tuin geïnstalleerd wordt en hangt aan van de plaatselijke klimatologische omstandigheden. Zo voegde hij aan de verticale tuin in Avignon lavendel en rozemarij toe, typische vegetatie van de Provence.

De verticale tuin – praktisch

Een metalen frame wordt aan een bestaande gevel bevestigd, met een luchtspouw. De grid kan ook een op zichzelf staande constructie zijn. Op het metalen frame wordt een laag pvc vastgemaakt, dat maakt de ondergrond solide én waterdicht. Daarboven komt tenslotte een laag vilt (polyamide) volledig bestand tegen rotting, waar de plantjes – via inkepingen – verticaal geplaatst worden. Het zijn net de capillaire buisjes eigen aan het vilt die de verdeling van water en essentiële voedingsstoffen mogelijk maken, zodat de muur dertig jaar lang kan overleven.
De plantjes worden gezaaid of als scheutje of zelfs als volwassen plant aan de muur bevestigd. Blanc hanteert een standaard van ongeveer 30 plantjes per vierkante meter en 30 kg per vierkante meter (inclusief het metalen frame, pvc-laag en viltdoek). Via een geperforeerd buizensysteem en een automatisch gestuurd irrigatiesysteem druppelt water met toegevoegde voedingsstoffen (minerale zouten) met intervallen over de plantjes. Het water wordt onderaan opgevangen in een bekken en opnieuw in circulatie gebracht.

Het onderhoud van een verticale tuin blijft zeer beperkt. Onkruid groeit er niet op verticale oppervlakken, de enige vereiste is een jaarlijkse snoeibeurt van de heesters. Om hoge oppervlakken te snoeien is een liftbak aan een buitenrailing geen overbodige luxe, vergelijkbaar met het ramenlappen aan flatgebouwen en wolkenkrabbers.
Patrick Blanc maakt het ontwerp en superviseert de werf. Voor de installatie van de tuinen doet hij steeds beroep op plaatselijke aannemers en ter plaatse gekochte materialen. Alleen het vilten doek wordt speciaal voor Blanc in Frankrijk gemaakt en wereldwijd naar de verschillende werven getransporteerd.