reportage in Feeling Wonen: Eén kleur, veel texturen

gepubliceerd in: Feeling Wonen
auteur: Sofie De Vriese
foto’s: Luc Roymans
ontwerp: sculp(IT)architecten bvba

Eén kleur, veel texturen

Een burgerlijk, oerklassiek appartement – met veel stof en beige – werd een witte woning voor twee met open grondplan en industriële look, terwijl de geschiedenis van het pand duidelijk aanwezig blijft.

De oudste sporen van het pand – op een boogscheut van de Antwerpse Kaaien – zijn 16de– of 17de-eeuws. Oorspronkelijk waren het twee smalle huisjes, met ongelijke verdiepingen. De huidige voorgevel is zo’n honderd jaar oud. Door zijn lange geschiedenis en vele verbouwingsgolven, was het appartement een willekeurige aaneenrijging geworden van gesloten kamers, waarbij de totaalvisie zoek was geraakt.

Strippen

Het daglicht viel slechts in de twee kamers vooraan binnen en het ontbrak aan doorzicht en ruimtelijkheid. “Het was snel duidelijk dat we met een nieuw interieur alleen de mankementen niet zouden kunnen wegwerken,” zegt architect Silvia Mertens van Sculp(It)- Architecten. De plannen waren ingrijpender dan de nieuwe eigenaars Frank en Sophie aanvankelijk voor ogen hadden. Bij het verkennen van de bestaande situatie, bleek het appartement bovendien niet voldoende geïsoleerd en voldeden de technische leidingen niet. De tabula rasa was dus geen overbodige luxe. Het eerste ontwerp was een shock voor onze klanten, herinnert de architect zich, “maar dan wel in positieve zin!”

De start van de renovatie was spectaculair: alle binnenmuren werden verwijderd, wanden, plafonds en vloeren werden gestript. Silvia: “Door de chaos van stof en puin heen kwamen langzaam de kwaliteiten van het pand zichtbaar, soms tot onze eigen verrassing! Onder het vals plafond zaten hoge historische plafonds, de beschikbare oppervlakte was diep en helder, hoge ramen boden een subliem uitzicht…

foto’s: (c) Luc Roymans

Leefsequenties

Van de straatzijde tot helemaal achteraan zijn alle ruimtes met elkaar verbonden zodat het licht vanuit twee richtingen de middenzone belicht. De klassieke kamers werden vervangen door leefsequenties, zoals de architecten het noemen, elk met hun eigen sfeer.

De huidige nachtzone bevindt zich achteraan een halve verdieping lager dan de centrale leefruimte. De slaapkamer is letterlijk toegankelijk via de keukenkast en een trapje en is verbonden de huidige badkamer (die zich nog enkele treden lager bevindt).

 Breder dan het lijkt

In de centrale leefruimte kwam een minimum aan (vast) meubilair: een open wandkast zonder rug, waardoor je de achterstaande bakstenen muur blijft zien en daartegenover een gesloten keukenmeubel in mdf, met daarin de keukentoestellen en greeploze kasten. Het meubel loopt bewust niét van vloer tot plafond, waardoor het een zwevend effect krijgt én je – niet onbelangrijk – de volledige breedte van deze zone ervaart. Het derde meubel is het centrale keukenblok. Een term die niet helemaal van toepassing is op dit ranke, open volume. Architect Pieter Peerlings van sculp(IT) : “Door het onderaan open te laten, loopt de ruimte visueel door. Dat was hier belangrijk omdat dit het smalste deel van het appartement is. Ook de open kastenwand geeft een verbredend effect, opnieuw geaccentueerd door indirecte verlichting.” Het keukenmeubel loopt naadloos over in de eettafel (door het vloerniveauverschil perfect op zithoogte), met er rond oude – in het wit geverfde – stoelen.

Contrasten

De flat op de tweede verdieping is hoofdzakelijk wit, met een paar donkergrijze accenten zoals het moulure-plafond en de grote armatuur. “Het gevaar met een grote open ruimte in één kleur is een banaal of zelfs saai huis,” zegt de architect. “Dat hebben wij vermeden door elke zone zijn eigen identiteit mee te geven: met verschillende plafondhoogtes, wand- en vloerafwerking.” Ook de verschillende texturen zorgen voor een boeiend resultaat: de ruwe bakstenen muren, de plankenvloer, het bijna glanzende podium in PU-gietvloer (polyurethaan)…

Ook het vloerniveau is gevarieerd, met een podium dat een halve meter boven de rest uitsteekt. Het is een ingreep die verschillende sferen creëert. Er werden industriële elementen blootgelegd, zoals de stalen balken in het plafond. En dat in een fantastisch tegenwicht met authentieke burgerlijke elementen zoals het hoge moulure-plafond, de oude raamopeningen of de parketvloer. Ook het verschil tussen dag en nacht is opmerkelijk: overdag een verblindende overdaad aan wit en licht, gereflecteerd door de gladde, spiegelende PU-vloer. ’s Nachts is de sfeer veel warmer, door de vele schaduwen van de verschillende materialen en door aanpasbaarheid van het kunstlicht. Zowel de puntlichten als de indirecte verlichting kunnen traploos gedimd worden en zijn in verschillende kringen geschakeld, om moeiteloos verschillende sferen te creëren.

“Contrasten maken de zintuigen scherper,” zegt Silvia. “Oud en nieuw, glad en ruw, licht en donker, hoog en laag, koud en warm, kunstmatig puntlicht en diffuus indirect licht maken de ervaring van de ruimte dieper en rijker.”